De levensvorm van onze gemeenschap is ideoritmisch en seculier zoals de eerste vormen van religieus leven. Deze levensvorm wordt beschreven in onze spirituele leefregel en de constituties die goedgekeurd zijn door de bisschop.

Het is een spirituele levensregel die de diverse aspecten van ons leven tot eenheid brengt: het gebed, het werk, de gastvrijheid, de stilte, de samenhorigheid en het alleen zijn, de soberheid, het apostolaat, enz …

De levensgeloften die de broeder of zuster aflegt
bij de professie zijn:

Godgewijd celibaat
Armoede
Gehoorzaamheid

In ons leven maken wij gebruik van beproefde instrumenten zoals: lectio divina, getijdengebed, meditatie, werken en leven met liefdevolle aandacht, het vieren van de sacramenten, studie en lectuur, het Jezusgebed, broederschap, geestelijke begeleiding, gastvrijheid, enz…

Iedere broeder en zuster voorziet ook in eigen levensonderhoud en heeft naast zijn eigen seculier religieus leven een eigen ambacht, werk of apostolaat. Als uiterlijk teken van ons Godgewijd leven dragen we een blauw vestje met kap én tijdens het gebed een witte kovel.